Skip to main content

Achter het mysterieuze pseudoniem Jens Vern gaat Sander Verheijen schuil. De 47-jarige auteur uit Lisse schreef onder zijn eigen naam de autobiografie Ik kan er nét niet bij. Dit ontroerende en authentieke boek over zijn gezin staat in schril contrast met zijn thrillers die bol staan van de actie en wereldschokkende gebeurtenissen. Sander Verheijen is in de verschillende rollen van hoofdredacteur, vormgever en auteur al meer dan 15 jaar actief in het boekenvak. In 2002 richtte hij de populaire thrillersite Crimezone op en sinds 2014 is hij de hoofdredacteur van Hebban. Desondanks was Verheijen meer dan bereid om aan ThrillZone alles te vertellen over zijn nieuwste thriller Nevenschade. We spraken met hem o.a. over de totstandkoming van Jens Vern, complottheorieën en zijn onconventionele manier van schrijven.

De creatie van Jens Vern

Ondanks dat Sander Verheijen niet al te geheimzinnig doet over zijn ware identiteit heeft hij toch voor een pseudoniem gekozen. Vanwaar deze keuze? “Ik kan er nét niet bij was een non-fictieboek dat ik heb geschreven onder mijn eigen naam. Een tijd daarna kreeg ik het idee om een thriller te gaan schrijven. Ik twijfelde of ik mijn thriller onder mijn eigen naam wilde schrijven, omdat dit toch bepaalde verwachtingen schept. Ik wilde mensen die mijn eerste boek hadden gelezen niet een soort van valse hoop geven wanneer ik een andere kant op zou gaan. Toen mijn literair agent de synopsis voor mijn eerste thriller las, was zij van mening dat mijn idee ook internationaal zou kunnen werken. Sander Verheijen was naar haar mening dan niet de meest geschikte naam. Ze adviseerde mij om na te denken over een pseudoniem en toen is het balletje gaan rollen.’’

Hoe ben je dan uiteindelijk op de naam Jens Vern uitgekomen? “Op een avond heb ik mijn naam uitgeschreven en heb ik de even letters weggetikt en door elkaar gehusseld. Daar kwam uiteindelijk Jens Vern uit. Toen dacht ik; dat kan het wel eens zijn! Ik bedoel; het kan Scandinavisch zijn, maar ook Amerikaans.’’

Wanneer hem de vraag wordt gesteld wat zijn literair agent vervolgens van deze naam vond, komt de eigenzinnigheid van de auteur voor het eerst bovendrijven. “Ik heb ze niet de kans gegevens om daar verder over mee te denken. Ik had deze naam bedacht en wist dat dit het moest zijn. Ik heb nog wel even getwijfeld of ik mijn thriller zou uitgeven zonder foto en zonder biografie. Met name vanwege mijn werk voor Hebban en Crimezone, waarmee je toch ook weer bepaalde verwachtingen neerlegt. Maar een geheime identiteit maakt promotie best lastig. Dus die geheimzinnigheid hebben we maar achterwege gelaten’’

Het verhaal achter het omslagontwerp

Zoals eerder beschreven werkte Verheijen in verschillende functies in het boekenvak. Zo heeft hij een achtergrond als grafisch ontwerper en ontwierp hij omslagen voor de boeken van grote auteurs zoals Carry Slee, Heleen van Royen en Helen Vreeswijk. Dit roept de volgende vraag op: heb je de covers van je eigen boeken zelf ontworpen? “Nee dat niet. Maar dat is ook weer zoiets; ik heb me er niet mee willen bemoeien tot het moment dat je je er wel mee gaat bemoeien. Dat gaat altijd zo wanneer je van alle markten thuis bent, dan ga je toch een beetje op de stoel van de ander zitten, dat kun je bijna niet voorkomen. Bij mijn eerste thriller, De macht van K., heb ik dat helemaal niet gedaan. Toen dacht ik: ik ben nu de schrijver, dus laat ik andere mensen de vormgeving en de marketing doen. Bij De macht van K. was het omslagontwerp meteen goed, maar bij Nevenschade was de zoektocht een stuk lastiger.’’

Wat maakte die zoektocht zo lastig? “Het lastige was dat het boek deels over een virus gaat. Je wil dan eigenlijk iets doen met een injectiespuit, maar tegelijkertijd wilde ik er geen coronathriller van maken. Het bleek een hele uitdaging om een goede cover te bedenken. We begonnen eerst met beveiligingscamera’s, maar dat dekte de lading niet echt. Uiteindelijk – dit was toch het moment dat ik intensiever ging meedenken over het ontwerp – kwam ik op een plaatje van een radar. Toen dacht ik: dat moet het zijn! Ik stuurde het plaatje naar de uitgever en we besloten om terug te gaan naar de dubbele cover net zoals bij De macht van K.’’

Wat is de achterliggende gedachte van de radar? “Dat je altijd gevolgd kunt worden. Ze weten alles van je en je kunt geselecteerd worden. De persoon in het vizier moet Sarah in motorpak (een van de hoofdpersonages in Nevenschade, red.) voorstellen.’’

“Ik voel meer met dingen die groots zijn.’’

Van Bingewatch-waardige series naar een bingeread-waardig boek

Waar een simpele Googlesearch hem op het idee bracht voor de cover van Nevenschade, wordt de schrijfstijl van Sander Verheijen deels geïnspireerd en gevormd door Netflix-series. “Voordat ik begin met schrijven, kijk ik altijd veel Netflix-series. Om dat beeldende te zoeken, maar ook om te kijken hoe doen zij dat nou? Hoe houden ze de snelheid erin en waardoor blijf je kijken? Ik vind het bijzonder als het lukt om dat door te kunnen vertalen naar een boek. Dat lukt namelijk maar weinig auteurs. Veel boeken kan ik na een hoofdstuk dichtklappen en denken: ik zie later wel verder. Er zijn maar een paar waarbij je constant wilt doorlezen en waar een ritme in zit, zoals ze dat bij Netflix-series heel goed kunnen. Daarnaast zijn de locaties voor mij ook wel een soort van personage. Je wil  dat deze iets doen met je en dat is denk ik wel de sport, om daarbij ook een gevoel te creëren dat er iets gaande is.’’

Welke Netflix-series kijk je dan zoal? “Ik ben altijd heel erg groot fan geweest van 24. Met deze serie is het eigenlijk begonnen en als we die lijn volgen, kom ik uit bij Designated Survivor. Maar ook Homeland. Alles wat in die hoek zit vind ik echt lekker om te kijken, hoewel wat we zien in deze series vaak heel erg overdreven is. Het is een opeenstapeling van actie en suspense bij dit soort series en dat vind ik ook wel interessant. Hoe ver kun je blijven stapelen zonder de geloofwaardigheid te verliezen? Laatst ging ik nog een keer 24 kijken en kwam ik erachter dat het eigenlijk allemaal onzin is wat je zit te kijken’’, lacht Verheijen. “Normaal gesproken laat je je overrompelen door de snelheid en door het verhaal, maar als je een beetje weet wat je kunt verwachten, dan denk je: wauw nóg meer?! Wat zijn we allemaal aan het doen?!’’

Als een boek je prikkelt om steeds verder te lezen, net zoals een bingewatch-waardige serie dat doet, dan heb je als schrijver al een belangrijk doel bereikt. Hoe zie jij dat? “Ja, dat is het ook. Met een thriller kun je vrij gemakkelijk effect toevoegen. Spanning creëren is niet zo moeilijk, omdat je wel weet wat mensen spannend vinden. Mijn boeken zijn natuurlijk niet heel erg eenvoudig, er zit veel in, er zijn veel lijntjes die bij elkaar komen. Daarom probeer ik met name een plot te bedenken dat gek genoeg zichzelf vormt. Mijn synopsissen zijn best wel uitgebreid, maar er zitten altijd dingen in die ik op voorhand niet heb bedacht. Ik probeer niet perse mooi te schrijven, maar ik probeer er wel iets moois van te maken door er spanning en snelheid in te brengen. Uiteindelijk moet het voor mij een groot verhaal zijn. Niet van ‘mijn buurmeisje is vermoord en ik moet dat gaan uitzoeken’, wat een heel zielig en fantastisch verhaal kan zijn, maar dat vind ik dan te klein. Ik voel meer bij dingen die groots zijn. Ik probeer het verhaal zo te maken en het onderwerp zo te kiezen dat jij als lezer hetgeen in het boek gebeurt ook zou kunnen meemaken.’’

Jeetje Sander, je bent geniaal!

Als schrijver heb je altijd dat ene idee dat de basis vormt, maar hoe ontwikkel je dat basisidee door zodat je aan het eind van de rit een boek in je handen hebt? “Ik schrijf altijd een flinke synopsis, zodat ik begin met een goed uitgewerkt idee. In de synopsis omschrijf ik beknopt mijn personages en wat hun rol en onderlinge band is. Daarna ga ik zoeken naar stijl, zo schreef ik De macht van K. in de ik-vorm en Nevenschade in de derde persoon.”

Vanwaar de keuze om in de derde persoon te schrijven? “Als je drie personages hebt die allemaal een gelijkwaardige rol spelen, dan is het moeilijk om steeds het verschil tussen de personages duidelijk te maken als je die steeds in de ik-vorm zou schrijven. De actie en de spanning is ook makkelijker wanneer je het vanuit de derde persoon beschrijft. Ik vind scènes die vanuit de derde persoon worden geschreven vaak spannender, omdat je als een soort alwetende ziener ook spanning kunt opvoeren door iets wat je personage nog niet weet. Bij scènes vanuit de eerste persoon heb je toch vaak een beetje dezelfde manier van spanning. In dat geval kun je niet om dat hoekje kijken en weet je als lezer niet dat er bijvoorbeeld iemand op je staat te wachten.’’

Sander Verheijen is een auteur met  een eigen manier van aanpak en dat wordt des te meer duidelijk wanneer hij verder vertelt over zijn schrijfproces. “Wat eigenlijk wel grappig is, is dat ik eerst een of twee hoofdstukken schrijf om een beetje in de stemming te komen voordat ik de synopsis verder uitwerk. Dan heb ik een beetje het gevoel wat ik wil. Met Nevenschade begon ik met een heel gek hoofdstuk in een hotelkamer die uiteindelijk ergens in het midden is beland, omdat ik dit er wel heel graag in wilde houden. Hoe het einde eruit komt te zien weet ik vaak nog niet precies. In grote lijnen weet ik wat ik aan het doen ben, maar ik weet ook dat er gewoon heel veel gebeurt naarmate je aan het schrijven bent. Ik wil mezelf die ruimte ook geven. Soms dan vallen er ook dingen op zijn plek. Dat kun je dan van te voren niet zo goed bedenken totdat je er mee bezig bent en ineens denkt van: jeetje Sander, je bent geniaal! Opeens komt er dan iets samen. Zo werk ik ook niet met markeringen, zoals sommige auteurs dat doen. Dan schrijven ze bewust iets in het verhaal, waar ze dan later op terug kunnen pakken. Dat doe ik dus niet. Als ik iets wegzet dan doe ik dat vaak niet eens expres, maar dan komt dat later terug. Dat zijn van die wauw-momenten en dan zitten dat soort details van het verhaal blijkbaar toch onbewust in je hoofd.’’

“Ik ben geen complotdenker, maar ik ben wel heel erg gek op complottheorieën.’’

Geen complotdenker wél een complotliefhebber

Je hebt nog maar twee thrillers geschreven, maar toch is er al een vaste stijl te ontdekken in je werk, met daarbij terugkerende onderwerpen. Zo gaat De macht van K. over datamisbruik door een groot IT-bedrijf en gaat Nevenschade over een complot dat schuilgaat achter een deal tussen big pharma en de minister-president. Je boeken zijn actueel en plaatsen kritische kanttekeningen bij het handelen van grote bedrijven en de overheid. Vanwaar de keuze om thrillers te schrijven die zo dicht tegen de werkelijkheid aan zitten? “Dat is denk ik persoonlijke interesse. De macht van K. heb ik geschreven, omdat ik The Firm van John Grisham een erg goed boek vond. Ik houd van die underdog. Ik vind het heel fijn om een wat naïef hoofpersonage te hebben – niet te naïef, want het moet wel geloofwaardig blijven – die ergens komt en dan een schokkende ontdekking doet. Dat is in The Firm heel sterk gedaan. Daar ging het om een advocatenkantoor en het geheim was relatief klein en niet iets waar de mensheid last van zou hebben. Ik heb geprobeerd om in De macht van K. zo’n kantoorsetting na te bootsen met daarbij de groeiende afhankelijkheid en de ‘kwade bedoelingen’ van de grote baas. Bij Nevenschade heb ik iets soortgelijks gedaan, al moest het natuurlijk niet hetzelfde verhaal zijn. Het kwaad ontstaat natuurlijk ook daar waar er kansen ontstaan. Bij De macht van K. ging dat om dataverzameling en bij Nevenschade om een vaccin waarmee is geknoeid. De onderlaag zijn ook de complottheorieën waar je over leest. Ik ben geen complotdenker, maar ik ben wel heel erg gek op complottheorieën. Ik vind het leuk om daar iets mee te doen. Deze verzamel en combineer ik om er vervolgens nog een of twee bij te bedenken.’’

Nu we het toch over complottheorieën hebben… Wat is je favoriete complottheorie en waarom? “Er zijn er zoveel. Ik vind 9/11 interessant, de Bilderberggroep. Alles waar macht bij elkaar komt, zo ook complottheorieën die bestaan over geheime genootschappen bij bekende Amerikaanse universiteiten, zoals The Order of Skull & Bones van Yales University. Er is veel dat mij boeit. Net als UFO’s en buitenaards leven, maar daar zou ik niet zo snel over schrijven denk ik. De gekke verhalen, daar hou ik gewoon van. Verhalen waar je net zo eenvoudig in kunt geloven als dat je ze in twijfel kunt trekken. Maar dat vind ik ook wel het mooie aan een complottheorie, je kunt het vaak met één vraag helemaal onderuit halen, terwijl ze meestal vrij goed opgebouwd zijn.’’

Wat is jouw kijk op complottheorieën in het algemeen? Zijn er theorieën bij die je gelooft of beschouw je het gewoon als een soort spannende verhalen die we met een korreltje zout moeten nemen, zoals je eigenlijk ook een spannende thriller leest? “Er zit altijd iets in wat je zou kunnen geloven. Mijn beste vriend en ik gaan eens per maand naar de kroeg of uiteten en dan kunnen we echt uren praten over complottheorieën. Het hoeft dan niet eens te gaan over of je het wel of niet gelooft, maar er zijn gewoon veel dingen die niet duidelijk zijn of die niet kloppen. Dan vraag je je af als het complot niet waar is, waarom ze dan niet gewoon vertellen wat er wel aan de hand is. Naar mijn mening is de kracht van complottheorieën dat je erin kunt geloven. Je moet jezelf alleen er niet in verliezen dat dat de waarheid is, want het kan net zo goed een mythe zijn. Er zijn namelijk ook heel veel slechte complottheorieën, zoals dat Bill Gates het coronavirus heeft bedacht en dat hij iedereen wilt chippen met de coronavaccins. Dat is natuurlijk onzin. Daar geloof ik weinig van, want ik zou ook helemaal niet kunnen bedenken waarom hij dat zou willen. Maar deze complottheorie heb ik natuurlijk wel voor een deel gebruikt in Nevenschade. Ik vond het interessant om mensen er wel in te laten geloven. Dus heb ik populaire complottheorieën bij elkaar gepakt tot iets waarvan ik dacht dat het interessant zou zijn om over te lezen.’’

Zijn er mensen die het boek en jou als auteur als een complotdenker of wappie hebben neergezet? “Nee, daar was ik wel bang voor, vandaar dat ik een vrij uitgebreid nawoord heb geschreven waarin ik mijn intenties duidelijk maak. Ik wilde namelijk niet in de hoek van de wappies en complotdenkers geduwd worden, omdat ik dat niet ben. Ik kwam een recensie tegen van iemand die iets zei in de trant van: ‘ik ben een wappie en Nevenschade is net echt, maar het had nog wel iets heftiger gekund.’ Dat is dan ook wat. Ik wil natuurlijk zoveel mogelijk boeken verkopen en zoveel mogelijk mensen entertainen, maar ik weet niet of ik nou super blij zou zijn als het boek ineens een hit zou worden onder de volgers van Willem Engel e.d.’’

Je zou niet willen dat Nevenschade een soort bijbel wordt voor wappies? “Nee precies, dat zou ik wel eng vinden. Dus ik ben eigenlijk heel blij dat dat tot dusver niet gebeurd is.’’

“Driekwart van de gegevens waar Facebook en Google iets mee kunnen, zijn de gegevens die we ze zelf geven.’’

De boodschap van het leven

Nevenschade bevat verschillende passages waarin wordt aangetoond hoe makkelijk het is om iemands persoonlijke gegevens te achterhalen via het internet. Je laat daarbij haarfijn zien hoe laconiek we eigenlijk omgaan met onze online privacy. Je lijkt daarmee een duidelijke boodschap mee te willen geven aan je lezers. Wat is volgens jou die boodschap? “Dat is denk ik de boodschap van het leven; blijf zelf nadenken. We zijn allemaal veel te goedgelovig en mensen die niet goedgelovig zijn, worden weggezet als wappies. Het laatste wat ik ben is een wappie, maar ik vind wel dat je een soort van gezonde achterdocht mag hebben en dat je moet blijven nadenken over wat je zelf doet. Dan pak ik weer terug op het dataverhaal in De macht van K.; driekwart van de gegevens waar Facebook en Google iets mee kunnen, zijn de gegevens die we ze zelf geven. Als je ze zo min mogelijk informatie geeft, dan wordt het best lastig voor ze om jou doelgerichte advertenties te serveren of erger. Ik hoop dat er na het lezen van mijn boek wel iets blijft hangen en dat mensen zich beseffen dat social media voor die bedrijven niet alleen gaat om het delen en liken van leuke foto’s.’’

Daarop inhakend, in zowel De macht van K. als Nevenschade laat je zien een brede kennis te bezitten over IT, cybercrime en dataverwerking. Vanwaar dat je eigenlijk zoveel weet over deze onderwerpen? “Ik heb in de jaren 90 bij een IT-bedrijf gewerkt dat zich op softwareanalyses richtte, onder andere als oplossing voor het Jaar 2000-probleem. Dan kom je erachter hoe data in elkaar zit en hoeveel data er wordt bewaard door bedrijven.’’

Doe jij zelf dingen bewust anders aangezien je zelf zo veel weet over de gevaren van het internet? “Nee dat niet. Ik klik natuurlijk niet op linkjes in mailtjes die ik niet ken, maar verder niet echt. Ik vind zelf het probleem van social media vooral hoe verslavend het is. Je bent continu bezig met likes te bekijken en te checken of mensen wel hebben gezien wat je hebt gepost. En het is allemaal zo door die techbedrijven bedacht. Ze hadden het allemaal anders kunnen doen, maar ze hebben het zo gemaakt dat we niet zonder kunnen. Na het schrijven van De macht van K. ben ik van social media afgegaan, behalve dan mijn Hebban account. Dat was echt heel lekker. Je houdt dan echt heel veel tijd over. Maar toen kwam Nevenschade uit en dan ga je toch weer overstag’’, verzucht hij.

Entertainment boven alles  

Ondanks de kennis die Verheijen bezit over verschillende onderwerpen, zijn er ook dingen die hij naar eigen zeggen bedenkt. Sander Verheijen beschrijft zijn kijk op het doen van research voor een thriller: “Ik spreek vaak Jeroen Windmeijer, hij is inmiddels een vriend van me geworden. Jeroen doet altijd eerst een halfjaar onderzoek en vervolgens gaat hij pas schrijven. Daar heb ik eerlijk gezegd de tijd en het geduld niet voor. Ik bedenk vaak dingen en zoek er vervolgens bewijzen bij.’’

Is het voor jou dan ook een bewuste keuze om niet de hele tijd bezig te zijn met onderzoek, omdat dit je dan te veel remt in het schrijven? “Ja, maar ook omdat ik het niet zo interessant vind om me in dat soort details te verliezen. Ik weet wat ik moet weten als ik ga schrijven en dan wil ik een snel verhaal maken. De vragen die daarna ontstaan onderzoek ik dan. Om een voorbeeld te noemen: de ziekenhuisscène aan het begin van het boek heb ik volledig bedacht. Maar dat heb ik bedacht op basis van hoe dat bij bekende ziekenhuisseries gaat, met als achtergrond de kennis die de gemiddelde lezer heeft over hoe het er in een operatiekamer aan toe gaat. Toen mijn redacteur de eerste versie las, zei ze: ‘supergoed, maar je gaat toch nog wel met een arts praten om te kijken of dit een beetje klopt?’ Aanvankelijk zei ik dat ik dat zou doen, maar naderhand dacht ik: dat ga ik helemaal niet doen. Het gaat erom dat de lezers begrijpen wat er gebeurt en de spanning oppikken, dan is het helemaal niet belangrijk om te omschrijven dat eerst alles ontsmet wordt, dat er lijsten gemaakt worden en dat je niet zomaar doorgaat naar de operatietafel. Details die er voor het verhaal niet toe doen en alleen maar vertragend werken. Bij CSI laten ze je ook denken dat vingerafdrukken, DNA-onderzoek en geavanceerde 3D-analyses binnen 24 uur mogelijk zijn. Het wordt er niet spannender op als je de kijker moet uitleggen dat je in het echt minstens een week verder bent.’’

Voor Verheijen gaat het om de spanning en de snelheid die in een verhaal zit. “Er zijn mensen die jaren Baantjer hebben gekeken en die nu denken dat ze weten hoe een politieonderzoek gaat. Ik zou zelf niet zo snel een politiethriller schrijven, maar je kunt je echt verliezen in de formaliteiten. Een politieman zal dan zeggen dat je een feitelijk goed boek hebt geschreven, maar voor de lezer is het alleen maar irritant.’’

Maar wat zou je doen als je echt niet weet hoe iets werkt, zou je dan wel iemand contacteren met meer kennis van zaken? “Kijk, je moet geen onzin verkopen. Nou, ik zal het anders zeggen: je mag alleen onzin verkopen als je het geloofwaardig kan maken. Als dat niet lukt, dan moet je over naar Plan B; iets anders schrijven of het alsnog gaan checken. Voor mij is het belangrijkste dat mijn plot klopt. Laatst las ik een recensie waarin iemand schreef dat alles klopte wat ik had geschreven. Dan heb ik het geloofwaardig gebracht en dat is dan een punt voor mij. Natuurlijk klopt niet alles, maar naar mijn inziens heb je die vrijheid ook wel nodig. Het gaat niet om mooie schrijverij. Het gaat om spanning. Ik schrijf geen literatuur, ik schrijf entertainment. En dat wil ik zo goed mogelijk doen. Spannende boeken die de lezer uitdagen om zelf na te denken, zowel tijdens het lezen als daarna.’’

Toekomstdromen

Je bent nog altijd een nieuw gezicht in de thrillerwereld. Wat is een droom die je hoopt te verwezenlijken als thrillerauteur? “Een prijs winnen, een verfilming, buitenlandse vertalingen, maar ik denk dat het er uiteindelijk om gaat om zoveel mogelijk gelezen te worden. En dat die lezers zich ermee vermaken. Dát is denk ik het belangrijkste.’’

Jens Vern 3: Big Brother is watching you 

Je liet op Instagram weten dat je bent begonnen aan je derde thriller. Kun je alvast een tipje van de sluier oplichten? Waar gaat het boek over en weet je al wanneer het verschijnt? “Nee, zover ben ik nog niet. Ik kan wel zeggen dat het een echte Jens Vern wordt; technologie speelt weer een rol en ook zijn er weer meerdere personages. Het verhaal zal zich in Nederland afspelen, maar ook voor een gedeelte in Amerika. Het precieze verhaal weet ik nog niet, alle puzzelstukjes moeten nog bij elkaar komen.’’

“Ik heb wel een heel tof idee…’’, laat Verheijen zich toch nog ontvallen. Daar wordt natuurlijk dankbaar op ingehaakt: Maar... je wilt niet vertellen wat dat toffe idee is? “Nee, hahahaha. Dat weet nog niemand dat weet ik alleen.’’ De auteur uit Lisse houdt zijn kaarten dus dicht tegen de borst. “Ik ben bezig met de synopsis en heb de eerste twee à drie hoofdstukken geschreven. Dat voelt goed, dat is lekker en nu ben ik de puzzel aan het leggen.’’

Je zegt dat je volgende thriller wederom een echte Jens Vern wordt waarin kennis over data terugkomt en ook ga je weer gebruik maken van wisselende perspectieven. Zijn dat eigenschappen van jouw thrillers die we kunnen blijven verwachten? “Ja en een groot verhaal met een grotere bedreiging voor mensen. Voor het vierde boek heb ik wel al een ander idee. Met boek drie blijf ik nog in de lijn van wat ik nu gedaan heb, maar misschien wordt mijn vierde boek wel heel anders.’’

Je eerste boek ging over datalekken en de tweede over de coronapandemie. Kun je ook het thema van je derde boek vangen in één woord? “Het derde boek gaat over data, privacy en ‘Big Brother is watching you’. Dus in die hoek blijf ik zitten, maar dan met andere personages en een andere manier om ernaar te kijken.’’

Meer wil hij er echter niet over kwijt. “Tot hier en niet verder’’, zegt hij lachend. Dus rest ons niets anders dan te wachten op weer een nieuwe Jens Vern.

Image
Jelle van der Kruijs.jpeg
Jelle van de Kruijs
Mijn naam is Jelle van de Kruijs. Met 2001 als geboortejaar ben ik een jeugdige thrillerliefhebber. Dankzij Schuilplaats van Harlan Coben ben ik het thrillergenre ingezogen. Coben is dan ook mijn favoriete auteur, op de voet gevolgd door Steve Cavanagh en Deon Meyer. Als recensent bij ThrillZone krijg ik de mogelijkheid om kennis te maken met nieuwe auteurs en tegelijkertijd mijn twee passies te combineren; lezen en schrijven.

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Lines and paragraphs break automatically.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.